Tilburg Chess Notes · De vorm van de ladder

Geen makkelijke punten

Vier seizoenen op de woensdagladder van De Stukkenjagers

In Tilburg bestaat al meer dan vijftig jaar een schaakclub. Op woensdagavond gaan zo'n tachtig leden aan het bord zitten om hun niveau opnieuw te bewijzen, in negen groepen die zijn ingedeeld naar speelsterkte. Dit stuk laat zien wat vier seizoenen van hun eigen standen vertellen over wie klimt, wie standhoudt en wie steeds weer bij dezelfde grens uitkomt, en wat de tabellen helemaal niet kunnen laten zien: waarom mensen blijven terugkomen.

Maciej Cios · Interviews mei tot en met september 2026 · Gepubliceerd oktober 2026 · 25 minuten leestijd
De speelzaal achter in Cinecittà, op een avond van de Stukkenjagers Open vorig seizoen; de woensdagladder speelt in dezelfde zaal, en bij de Open staan er naamkaartjes op de borden.
De speelzaal achter in Cinecittà, op een avond van de Stukkenjagers Open vorig seizoen; de woensdagladder speelt in dezelfde zaal, en bij de Open staan er naamkaartjes op de borden. Foto: Tilburg Chess Notes

Van 1977 tot 1994 kwamen de beste schakers ter wereld elk najaar naar Tilburg. Karpov speelde het Interpolistoernooi elf keer en won het zeven keer; Kasparov kwam vier keer; op goede dagen keken er meer dan duizend mensen toe.

In de jaren negentig kwam daar een einde aan. Wat bleef, was een schaakclub die vijf jaar vóór het eerste Interpolistoernooi was begonnen, in 1972, toen studenten van de Katholieke Hoogeschool, het Conservatorium en de Sportakademie hun partijen uitvochten in Café Voskens, officieel De Roskam, aan de Heuvel 5. Een jaar later schreven ze zich als De Stukkenjagers in voor de regionale competitie. Hun speellokaal werd in 2001 verkocht, en op het adres zit nu een restaurant, Le Mirai; de club trok verder. In de jaren twintig van deze eeuw groeide ze uit tot de grootste van Noord-Brabant, en de leden komen nog altijd elke woensdagavond samen, in het Tilburgse filmtheater Cinecittà.

De Heuvel 5 nu: Le Mirai, op de plek van Café Voskens, waar de club werd opgericht.
De Heuvel 5 nu: Le Mirai, op de plek van Café Voskens, waar de club werd opgericht. Foto: Tilburg Chess Notes

Cinecittà, aan de Willem II-straat, vertoont al meer dan een eeuw films. Het is een rijksmonument, een filmhuis dat is vernoemd naar de studio's in Rome, het soort plek dat in de eigen publiciteit belooft dat er geen blockbusters draaien.

Cinecittà aan de Willem II-straat, zomer 2026
Cinecittà aan de Willem II-straat, zomer 2026. Foto: Tilburg Chess Notes

Vanaf een uur of zeven komen de schakers binnen via het atrium. César Becx, die de interne competitie al tientallen jaren organiseert, zit daar meestal aan een tafel om iedereen te verwelkomen. Sommigen lopen eerst naar de bar. De speelzaal is al eerder klaargezet door vrijwilligers, spelers die hebben afgesproken eerder te komen dan de rest.

De borden staan klaar. De stukken staan opgesteld. Ernaast staan digitale klokken, nog stil, kleine machines die denkwerk omzetten in druk.

Op een tafel bij de deur liggen de geprinte groepsstanden, de laatste geprinte lijst met de interne clubratings en een stapel blanco notatieformulieren voor wie er een wil pakken. Er zijn geen vaste borden. Iedereen gaat zitten waar hij wil.

Iemand vraagt tegen wie hij speelt. Iemand anders herkent een tegenstander en glimlacht met die eigen mengeling van vriendelijkheid en voorzichtigheid die bij clubschaak hoort. Je kunt iemand heel goed kennen en hem de komende drie uur toch dolgraag willen verslaan.

Dit uur heeft zijn eigen kleine rituelen. Luuk Baselmans (25), de speler met de hoogste rating in het gebouw, noemt deze minuten het mooiste deel van de hele avond. "Leuke gesprekken met mensen om je heen, je bent nog relatief fris. Je kunt wat grappen maken, en dan: daar gaan we, dan wordt het serieus."

Maurick Reuser (28), pianist en componist van beroep, zet zijn fiets op een plek waar hij de ingang van het filmtheater niet in de weg staat, en eet een banaan, een gewoonte die hij van het podium heeft meegenomen. Hij heeft ook schaakondergoed en schaaksokken. Hij vindt ze leuk, zegt hij, maar nodig heeft hij ze niet.

Om kwart voor acht staat César op voor de mededelingen. Drie minuten, vijf als er nieuws is. Dan gaan de klokken lopen.

Het menu

Toen César Becx rond 1977 lid werd van De Stukkenjagers, in de nagloed van Fischer en Spasski, had de club vijfendertig tot veertig leden. De grotere Tilburgse club was toen De Wolstad, met eind jaren zeventig zo'n honderd leden; César speelde de KNSB-competitie voor De Wolstad tot 1986 of 1987, toen hij overstapte naar het eerste team van De Stukkenjagers. De Wolstad fuseerde later met Schavo tot De Drie Torens. Nu heeft De Stukkenjagers zo'n honderdzeventig leden, een aantal waarin ook een jeugdafdeling is meegeteld die eerder op dezelfde dag op een andere locatie bijeenkomt. De woensdagladder zelf trok in de vier seizoenen in deze tabellen tussen de vijfenzestig en de vijfentachtig spelers per cyclus. Drieëntachtig speelden de laatste cyclus van vorig seizoen.

César Becx in het atrium van Cinecittà, waar hij voor de ronde zit. Hij werd lid in de jaren zeventig en organiseert de interne competitie al tientallen jaren.
César Becx in het atrium van Cinecittà, waar hij voor de ronde zit. Hij werd lid in de jaren zeventig en organiseert de interne competitie al tientallen jaren. Foto: Tilburg Chess Notes

Zijn organisatieprincipe is een menu. Een club van deze omvang telt mensen met heel verschillende hoeveelheden tijd en heel verschillende behoeften, dus in plaats van één wekelijkse vorm zijn er meerdere. Op woensdag kunnen leden kiezen voor de Groepencompetitie, de Stukkenjagers Open of allebei, afhankelijk van wat hun week toelaat. In het weekend zijn er de externe teams, en 's zomers zijn er rapidavonden. En sinds 2016 is iedere schaker elke vrijdagmiddag welkom bij het Inloopschaak, met rapidpartijen, in hetzelfde atrium, zonder zich vooraf aan te melden.

Het vrijdagse tijdstip was een bewuste afweging. Een middag trekt studenten, mensen in ploegendienst en mensen met een vrije middag, niet alleen gepensioneerden. Er komen gemiddeld vijfendertig spelers per week, ongeveer zoveel als de ruimte aankan.

Dit stuk gaat over de woensdagladder, en dat heeft redenen die voor de andere vormen niet gelden. Het is de enige vorm waarin dezelfde spelers elkaar maandenlang week na week treffen, zodat een seizoen een spoor achterlaat en niet alleen een uitslag. Het is de vorm die de club in tabellen bijhoudt. En het is waar het meeste van wat volgt zich afspeelde: de vriendschappen, de rivaliteit, het lesgeven, het terugkomen.

De ladder zelf is eenvoudig. Groepen ingedeeld naar speelsterkte, vorig seizoen acht en dit seizoen negen; in elke groep speelt iedereen in een cyclus van ongeveer drie maanden één keer tegen iedereen; drie cycli per seizoen; aan het eind van een cyclus promotie en degradatie op elke grens.

In de derde cyclus spelen de bovenste vier groepen elke paring als een rapidmatch over twee partijen. César voerde die variant zo'n twintig jaar geleden in om de sterkere spelers eens een ander ritme te geven; de lagere groepen bleven klassiek spelen omdat de meeste spelers daar dat toen liever hadden. "Misschien moet die tweedeling in de toekomst nog eens worden heroverwogen, om de drempel te verlagen voor de instroom van onlinespelers die zich meer thuis voelen bij rapidpartijen," zegt hij. "Maar voorlopig past het Inloopschaak voldoende bij die groep."

Iedereen speelt tegen iedereen in zijn groep. Niemand kan zich verschuilen achter een gelukkige loting, en niemand zit vast: in welke groep een speler ook terechtkomt, de uitgang, in beide richtingen, staat in het schema.

Een trap, geen hoop
Gemiddelde clubrating (SJ) per groep, laatste cyclus van 2025–26
Groep 12144Groep 21955Groep 31853Groep 41759Groep 51681Groep 61558Groep 71409Groep 81281 1400 1600 1800 2000
Bron: interne standen en SJ-ratinglijst van De Stukkenjagers, 26 juli 2026. 83 spelers.

De ladder doet ook iets wat haar ontwerper niet in het reglement heeft gezet.

"Als je in een groep begint, ga je vanzelf met die mensen om, omdat je tegen ze speelt," zegt Mika de Jong (20), die op zijn veertiende lid werd en van Groep 7 naar Groep 4 klom. "Als je in dezelfde groep blijft, praat je vooral met dezelfde mensen. Maar als je klimt, kom je met andere mensen in aanraking. Je netwerk wordt groter."

De groepen sorteren speelsterkte. Ongemerkt laten ze mensen ook met elkaar kennismaken, één niveau tegelijk.

Nog twee onderdelen maken het geheel compleet. De selectie voor de externe teams verloopt via een gepubliceerde formule met bonuspunten: meedoen aan de interne competitie en aan de eigen evenementen van de club levert virtuele extra punten op, die een speler kunnen helpen een plaats in een hoger team te bemachtigen, volgens een uitgebreide set criteria.

"In veel clubs zie je dat de sterkere spelers zich na verloop van jaren beperken tot een maandelijkse reünie bij de competitiewedstrijden op zaterdag," zegt Becx. "Ze spelen niet meer mee in de interne competitie. Ambitieuze spelers uit de lagere regionen kunnen hen dan niet meer uitdagen, en mogelijke nieuwe leden zullen teleurgesteld zijn over het niveau van de interne competitie. In veel clubs veranderen de selecties van de eerste teams nooit en worden ze in achterkamertjes bepaald door de spelers van vorig jaar. Een grote club als de onze kan zich zo'n behoudendheid niet permitteren. Wil je in een team met vrienden spelen? Dat vinden wij prima, maar dan wel in een klasse die past bij het niveau van de zwakste schakel. Alles moet doorstromen."

César Becx legt het bonuspuntensysteem uit dat de plaatsen in de externe teams bepaalt.
César Becx legt het bonuspuntensysteem uit dat de plaatsen in de externe teams bepaalt. Foto: Tilburg Chess Notes

Om discussies over wie in welk soort competitie de betere speler is in de kiem te smoren, houdt de club sinds de jaren negentig een eigen rating bij, de SJ-rating. De nationale rating werd toen maar twee tot vier keer per jaar bijgewerkt en telde interne partijen helemaal niet mee. "We wilden de vooruitgang van een speler sneller kunnen registreren en laten zien," zegt Becx. "Ratingpartijen elders tellen ook mee. Voor de meeste leden vormen de woensdagavonden het grootste deel van hun schaakactiviteiten, dus het is vooral de interne competitie die hun rating in beweging brengt."

Eén ding kwam in alle gesprekken terug. Geen van de spelers die voor dit stuk hun verhaal deden, en van wie de groepen door de jaren heen van de top van de ladder tot de onderkant lopen, vertelde zich daar ooit klein door te hebben gevoeld. César stelt dat spelers van elk niveau met dezelfde energie en hetzelfde respect tegemoet moeten worden getreden, en dat niemand op de club een zwakkere speler uitlacht. Dat werd ongevraagd bevestigd vanaf de andere kant: "Iedereen was gewoon heel aardig," zegt Mika over zijn begin als jongste speler van de competitie. "Ik geloof niet dat ik ooit met iemand problemen heb gehad."

De tafel bij de deur: geprinte groepsstanden, de laatste SJ-ratinglijst, blanco notatieformulieren.
De tafel bij de deur: geprinte groepsstanden, de laatste SJ-ratinglijst, blanco notatieformulieren. Foto: Tilburg Chess Notes

Het vaste punt

De grens tussen Groep 1 (gemiddeld SJ 2144) en Groep 2 (1955) is in de competitie het moeilijkst vast te houden. Over de twaalf cycli in deze tabellen staat minder dan één op de drie spelers die uit Groep 2 promoveren de cyclus daarna nog in Groep 1.

Promoveren gebeurt vaak. Blijven niet. De bovenste groep is klein, de ratingverschillen binnen de groep zijn groot, en één zwak resultaat kan de winst van de vorige cyclus tenietdoen.

Boven die grens is één speler nooit van zijn plaats gekomen.

Luuk Baselmans speelde in alle twaalf gereconstrueerde cycli in Groep 1, en is er al langer niet uit geweest. "Al sinds 2017 niet meer, denk ik zelfs," zegt hij, als die reeks hem wordt voorgehouden.

Hij is organisatiepsycholoog van beroep en sinds 2019 FIDE-meester. Vorig jaar, toen hij minder schaakte dan ooit in het afgelopen decennium, behaalde hij drie IM-normen; hij heeft nog één norm uit een open Zwitsers toernooi nodig voor de titel Internationaal Meester. Op de interne lijst staat hij op SJ 2339, meer dan honderd punten boven iedereen die verder meespeelt.

De andere namen aan de top wisselen onderling van plaats. Ten opzichte van Baselmans niet. In de structuur van de competitie werkt hij als een vast punt: de speler onder wie de rest van Groep 1 wordt ingedeeld, niet de speler aan wie ze zich meet.

Vraag waarom de speler met de hoogste rating blijft meedoen aan een competitie die hij meestal heeft gewonnen, en hij draait de vraag om.

Ik kan het ook omdraaien. Ik denk dat ik juist zo sterk ben geworden door hier te spelen. LUUK BASELMANS

Bij zijn eerste club, TSV Rochade in de Reeshof, die in 2018 ophield te bestaan door een gebrek aan vrijwilligers, lag zijn plafond op 1900. "Als je niet veel sterke spelers om je heen hebt, leer je niet op verschillende manieren denken." Bij De Stukkenjagers, zonder enige trainer, ging hij in een jaar van 1900 naar 2200. "Door gewoon elke week consequent tegen spelers van 2000 te spelen. Dat houdt je scherp. En daarom blijf ik ook spelen."

Hij is openhartig over wat zijn aanwezigheid met de groep doet. Zou het spannender zijn zonder hem? "Het zou spannender zijn. Opener. Ik denk dat ik sinds 2017 misschien iets meer dan de helft van de cycli heb gewonnen. Ik doe het niet per se om te winnen, ik doe het om scherp te blijven."

En vanaf zijn kant van het bord ziet hij waarom zo weinig promovendi blijven.

"De nieuwe lichting die uit Groep 2 komt, benadert de partij vaak al alsof die verloren is. Het is een selffulfilling prophecy: je maakt keuzes die niet optimaal zijn, simpelweg uit emotie, omdat je bang bent. De jonge spelers benaderen het niet zo. Die denken gewoon: laten we vechten. En dat zie je terug in de scores."

Luuk Baselmans in het atrium van Cinecittà. Sinds 2017 is hij niet meer uit Groep 1 geweest.
Luuk Baselmans in het atrium van Cinecittà. Sinds 2017 is hij niet meer uit Groep 1 geweest. Foto: Tilburg Chess Notes

Een van die jonge spelers staat aan het andere eind van dezelfde les.

Simon de Graauw (19) bereikte Groep 1 twee seizoenen nadat hij lid werd en bleef er drie volledige cycli, een heel seizoen, met een derde plaats in zijn eerste cyclus, inclusief een overwinning op Remco Sprangers, die meer dan honderd punten hoger stond.

Zijn formule om aan de top te overleven is het spiegelbeeld van wat Baselmans ziet, vanaf de ontvangende kant. "Je moet punten pakken tegen de mensen die uit Groep 2 komen, en dan tegen de echte top er maar het beste van hopen. En je niet te veel laten intimideren door de spelers."

Het verschil tussen de bovenste twee groepen zit volgens hem in wat een goede stelling waard is. Onder Groep 1 kreeg hij er een, maakte zijn tegenstander uit zichzelf een fout, en was de partij daarmee beslist. "In Groep 1 is dat niet zo." Een goede stelling wint op zichzelf niets; de fout moet uit de ander worden geperst. "Je moet echt winnen op het bord. Er zijn geen makkelijke punten."

Zijn derde cyclus verliep anders. Het najaar ervoor was hij in Delft begonnen aan een studie informatica, met een rooster waarvoor hij elke ochtend om zes uur opstaat, en in het voorjaar viel de opgebouwde vermoeidheid samen met de ene cyclus van het seizoen die de bovenste groepen in rapid spelen.

"Op woensdag ben ik zo moe, en zeker met deze rapidvorm zie ik in tijdnood niets meer helder. Ik speel gewoon willekeurige zetten. En dat werkt natuurlijk niet tegen deze spelers."

Bij de afsluiting van het seizoen degradeerde hij naar Groep 2.

Onder het vaste punt is het beeld gevarieerder. Robin Verhoeven hield Groep 1 negen cycli achter elkaar vast, degradeerde één keer en keerde meteen terug: het meest ononderbroken parcours van de spelers die rond die grens cirkelen. Tegen Baselmans zelf scoort hij veel beter dan het ratingverschil zou doen verwachten: tien ontmoetingen in vier seizoenen, waarvan vier rapidmatches over twee partijen, veertien partijen in totaal, waaruit Baselmans achtenhalf punt haalde, bij een verschil van zo'n driehonderd punten.

"Ik had een fase met Robin waarin wit gewoon steeds won," zegt Baselmans. "De afgelopen jaren heb ik echt aan mijn zwartrepertoire gewerkt, dus nu is dat gat gedicht, hoop ik. Maar ja. Hij scoort goed tegen mij."

Ties Dumont is de duidelijkste pendelaar aan de top die de standen opleveren: vier keer Groep 1 in en, met de seizoensafsluiting, vier keer terug naar Groep 2. En César Becx, die de ladder leidt, staat er zelf ook op, met in deze seizoenen vier promoties naar Groep 1 en vier degradaties eruit. Het systeem ontziet zijn eigen organisator niet.

De bovenste groep is geen plateau. Het is een smalle richel met één vaste bewoner en een wisselende bezetting onder hem, en het cijfer van minder dan één op de drie is hoe die richel eruitziet, uitgedrukt in een getal.

De echte fout

De meeste zichtbare spelersloopbanen zijn geen rechte lijnen omhoog.

Van de honderdtwee spelers met minstens vier cycli in deze tabellen is het meest voorkomende patroon geen gestage vooruitgang en geen gestage achteruitgang, maar schommeling: heen en weer tussen aangrenzende groepen. Dat geldt voor achtenzeventig van hen, ongeveer drie op de vier. Elf gingen alleen maar omlaag. Zeven bewogen helemaal niet. Zes klommen zonder ooit een groep te zakken.

Drie op de vier spelers bewegen heen en weer
Spelers met vier of meer cycli, 2022–23 tot en met 2025–26, naar het patroon van hun loopbaan
Heen en weerschommelen tussen groepen78Alleen omlaagnooit een groep teruggewonnen11Nooit bewogensteeds dezelfde groep7Alleen omhooggeklommen, nooit gezakt6
Bron: interne standen van De Stukkenjagers, 12 cycli. 102 spelers voldoen aan het criterium.

Ties Dumont is het zuiverste voorbeeld bij de top. Zijn reeks sinds 2022 loopt, met één cyclus waarin hij zich bovenin handhaafde, zo: G3, G2, G1, G2, G2, G1, G2, G2, G1, G1, G2, G1.

Het zou makkelijk zijn om dat instabiliteit te noemen, maar dat woord is te bot. Een speler die meerdere keren Groep 1 bereikt, heeft zich herhaaldelijk een plaats in de bovenste groep verdiend. Wat de reeks niet laat zien, is dat hij er blijft. Ze laat zien dat hij terugkomt. Elke terugkeer bevestigt zijn kracht; elke val stelt de vraag opnieuw. De grens blijft steeds hetzelfde vragen, telkens in een iets andere vorm: kun je de bovenste groep vasthouden, of alleen opnieuw bezoeken?

Hoe een cyclus die de verkeerde kant op gaat van binnen voelt, kunnen de tabellen niet laten zien.

Maurick Reuser kan dat wel. Hij begon drie jaar geleden serieus te schaken, nadat hij op een feestje twee vrienden had zien spelen, en ging van een onlinerating van 300 in rapid naar Groep 4 van deze competitie. Hij kwam aan het begin van vorig seizoen in Groep 4 terecht en verloor zijn eerste partij, tegen Maarten Werkhoven, vanuit een gewonnen stelling.

"Ik raakte in paniek. Ik dacht: nu moet ik iets wilds doen om de partij ingewikkeld te maken. De tweede zet na de eerste fout was eigenlijk de echte fout. Ik verloor de controle in mijn hoofd."

De schade duurde langer dan de partij. "Het maakte zo'n grote indruk op me dat ik in de partijen daarna het gevoel had dat ik onredelijk door moest blijven vechten, om in de competitie te blijven. Ik speelde te agressief. Ik nam geen enkele remise aan, ook al zou dat goed zijn geweest voor mijn score."

Hij haalde in de hele cyclus één punt en degradeerde. Hij weet ook waar hij mee was gestopt. In de cycli daarvoor had hij les gehad van een trainer en veel geleerd; na zijn successen plande hij geen lessen meer, met het idee weer te beginnen zodra hij het moeilijk kreeg. "En moeilijk kreeg ik het," zegt hij. Nu heeft hij vaste lessen, hoe hij ook speelt.

Maurick Reuser, pianist en componist: in drie jaar van een onlinerating van 300 naar Groep 4.
Maurick Reuser, pianist en componist: in drie jaar van een onlinerating van 300 naar Groep 4. Foto: Tilburg Chess Notes

Mika de Jong kent dezelfde ervaring van twee seizoenen eerder, en kijkt er met twee jaar afstand en betere grappen op terug. Hij degradeerde uit Groep 5 rond zijn eindexamens.

"Toen zei ik: door mijn eindexamens ben ik gedegradeerd, ik had geen tijd voor schaken. Maar achteraf gezien heb ik nooit iets voor mijn examens gedaan. Dus ik had alle tijd om te schaken. Ik speelde gewoon heel slecht."

Dan de andere helft, de helft die de ladder eerlijk houdt: "Nadat ik was gedegradeerd, wilde ik om de een of andere reden bewijzen, aan mezelf of aan anderen, dat ik goed genoeg was." De tabellen laten de degradatie zien, en de cyclus daarna weer Mika in Groep 5. Twee cycli later ging hij naar Groep 4.

De psychologie beperkt zich niet tot slechte cycli. Ook goede stellingen hebben de hunne.

Mika ontwikkelde een wandelgewoonte, juist voor de partijen die hij aan het winnen was. "Als ik gewonnen sta, word ik vaak heel zenuwachtig. Er was altijd die angst om het te verpesten. Ik weet dat ik te veel ga nadenken als ik te lang aan het bord blijf. Zo heb ik veel partijen verloren, dus ik maak een wandelingetje en kom terug als hij zijn zet heeft gedaan."

Maurick, die voor zijn werk op concertpodia staat, twijfelt geen moment over welke zenuwen erger zijn. "Zenuwachtiger voor een schaakpartij." Op het podium is het repeteren gedaan en draagt het verhaal hem. Aan het bord "bereid je iets technisch en analytisch voor, en in een analytische gemoedstoestand blijven is stressvol."

En César Becx, die al bijna vijftig jaar schaakt, wijst dezelfde zwakte bij zichzelf aan. "Ik denk te vaak en te lang na over gekke, provocerende zetten of over hoe ik goede stellingen snel kan afmaken, en zo raak ik in tijdnood. En dan, nu ik ouder word, slaat de paniek makkelijk toe."

Drie generaties van één club, en een bevinding die de tabellen in hun eentje nooit naar boven hadden gehaald: de stellingen waar clubspelers het bangst voor zijn, zijn de stellingen die ze aan het winnen zijn.

Maurick schreef ooit een muziekstuk dat geïnspireerd was op de Copycat-partij van Capablanca uit 1918: twee zangers als de twee spelers, die elkaar in gespiegelde parallel volgen tot de spiegel breekt en er, in zijn woorden, een schaakmat volgt. Wat een schaakpartij voor een componist is? "De spanning en de ontlading, de ontwikkeling, de overgangen en transformaties. Een schaakpartij is een verhaal vol fantasie, van begin tot eind."

Je kunt het drama van een schaakpartij makkelijk zien aan de evaluatiebalk van de engine. Die vorm is ook een soort verhaal. MAURICK REUSER, OVER WAT EEN SCHAAKPARTIJ VOOR EEN COMPONIST IS

Toen, in de cyclus die in juli eindigde, gingen de twee zuiverste patronen in de hele dataset uiteen.

De reeks van Peggy van Amerongen is de regelmatigste vorm in het archief: tien cycli achter elkaar afwisselend Groep 1 en Groep 2, zonder één herhaling. De seizoensafsluiting, die haar met tweeënhalf punt uit Groep 1 terugstuurde naar Groep 2, liet het patroon intact.

De afwisseling van César Becx, zes omkeringen achter elkaar, elke cyclus het tegendeel van de vorige, eindigde in dezelfde weken. Vijfenhalf uit veertien in Groep 2: geen promotie, maar degradatie, de eerste cyclus in drie jaar die de vorige niet omkeerde.

"Het is onvermijdelijk dat een gebrek aan ambitie en concentratie zijn tol eist, haha," zegt hij. "Groep 3 wordt een behoorlijke nieuwe uitdaging."

Het ene patroon hield stand. Het andere brak. Niemand had die symmetrie gepland.

Vier seizoenen · twaalf cycli, 2022-23 tot en met 2025-26 · de seizoensafsluiting

Vier vormen aan de grens van Groep 1

PEGGY VAN AMERONGEN 1·2121212121 AFWISSELING HOUDT STAND · SLOT: NAAR GROEP 2
CÉSAR BECX 211122121212 AFWISSELING BREEKT · SLOT: NAAR GROEP 3
ROBIN VERHOEVEN 211111111121 HOUDT GROEP 1 VAST · SLOT: BLIJFT
TIES DUMONT 321221221121 VIER KEER BINNEN · SLOT: NAAR GROEP 2
1 cyclus in Groep 1 2 cyclus in Groep 2 3 Groep 3 · niet gespeeld · Twaalf cycli van links naar rechts, 2022-23 cyclus 1 tot en met 2025-26 cyclus 3; de regel onder elke naam geeft de plaatsing van elke speler bij de seizoensafsluiting. Gecontroleerd aan de hand van de clubadministratie.

Niet iedereen op de ladder wist dat het er een was.

Magic van Heeswijk wist in het begin niet dat er iets van werd bijgehouden. Hij speelde zijn woensdagpartijen zonder de pagina van de club te volgen, zonder te weten dat de uitslagen en ratings werden gepubliceerd, en zonder goed te begrijpen waarom een bepaalde partij voor de mensen om hem heen zo belangrijk leek. Toen hij de tabellen ontdekte, begon hij de competitie serieus te nemen, en werd het leuker. Zijn eigen reeks, toen hij eenmaal ging kijken: G8, twee cycli in G7, drie in G6, een degradatie, en dan de sterkste cyclus van zijn clubloopbaan: negenenhalf uit elf in Groep 7, negen overwinningen, de meeste van iedereen in de club in die cyclus.

Magic van Heeswijk, kunstschilder, voor zijn atelier. Vorig seizoen won hij Groep 7 met negenenhalf uit elf.
Magic van Heeswijk, kunstschilder, voor zijn atelier. Vorig seizoen won hij Groep 7 met negenenhalf uit elf. Foto: Tilburg Chess Notes

Een vriend, Daniel Leeuwenberg, had hem de zetten geleerd in ruil voor skateboardlessen, en had de club ongeveer in de tijd dat Magic kwam verruild voor het skatepark. "Het wordt er altijd sterker van," zegt hij over de degradatie. Skaten en schilderen leerden hem hetzelfde: als hij faalt, gaat hij er harder tegenaan. "Ik kan echt falen, maar ik kan ook weer klimmen."

Hij herinnert het zich niet als drie cycli. "In mijn verbeelding was het zo'n beetje één cyclus en toen raakte ik het kwijt," zegt hij. De tabellen zeggen drie.

De tegenstander die hij het liefst wil verslaan, is Max Mutter, die hij ook van het skatepark kent. Hij had zich voorbereid op de f-pionopmars van Max, speelde de beste zet, en raakte daarna de draad kwijt. Ze zitten dit seizoen allebei in Groep 6, dus de revanche staat op het programma.

Wie neemt wie mee

Aan het begin van elke klim die hier op jonge leeftijd begon, stond iemand anders.

Die van Simon de Graauw begon op het Beatrix College in de Reeshof, waar een schoolgenoot die een jaar ouder was het steeds over zijn schaakclub had. Die schoolgenoot was Mika de Jong.

Ze waren eerst vrienden, en de rivaliteit kwam daar net zo goed uit voort als uit de uitnodiging. "Ik heb hem een keer uitgenodigd voor de club," zegt Mika. "En omdat ik hem had uitgenodigd, wilde ik altijd beter zijn dan hij. Maar hij is een groot talent. Het was alleen een kwestie van tijd voordat hij me zou inhalen."

Die rivaliteit leverde minstens één legende op. Een partij in Groep 5 tussen hen tweeën, in de winter, allebei dorst. Mika bood aan warme chocolademelk te halen; Simon liep mee; ze zetten de klok stil en zaten een paar minuten pratend boven hun bekers. Toen gingen ze terug naar het bord.

"Hij speelde meteen een zet zonder na te denken, en gaf zijn loper zomaar weg," zegt Mika. Simon gaf kort daarna op. "Het kwam allemaal door die chocolademelk. Als we nu tegen elkaar spelen, bied ik hem altijd een chocolademelk aan."

Inhalen deed hij. Simons reeks loopt van een proefavond in Groep 7, een Weense partij die hij van YouTube had geleerd en een loperoffer op f7, via elke groep naar de top: 6, 5, 5, 4, 3, 2, 2, en dan een volledig seizoen in Groep 1.

Op de vraag hoe hij die klim heeft aangepakt, verwerpt hij het uitgangspunt. "Het was een bijproduct van plezier hebben in schaken. Dat is het echt. Ik vond het heel leuk om schaken te bestuderen, om naar schaken te kijken, en het kwam gewoon vanzelf."

De club had het eerder door dan hij. "Zelfs spelers tegen wie ik nog niet heb gespeeld vragen me, als ik een partij met ze kom analyseren: wat is hier de beste zet? Wat zou jij spelen? In de hele club merken ze me op. Dat is een goed gevoel."

Simon de Graauw, negentien, klom in twee seizoenen van Groep 7 naar Groep 1.
Simon de Graauw, negentien, klom in twee seizoenen van Groep 7 naar Groep 1. Foto: Tilburg Chess Notes

Waar de volgenden vandaan komen, is ook geen toeval. In 2021 richtte de club een jeugdafdeling op. Tot de oprichters behoorde Baselmans, die bij zijn eerste club was begonnen met lesgeven toen ze hem daar vertelden dat ze hem niets meer konden leren.

De start, via het Try-Out Sports-programma van de gemeente, leverde een vergelijking op die niemand van de betrokkenen vergeet: de damclub in hetzelfde gebouw kreeg een handvol aanmeldingen. Schaken trok achtenveertig kinderen naar de proeflessen, en twaalf van hen werden het jaar daarop lid van de jeugdafdeling.

De afdeling heeft de ladder al gevoed. Simon volgde haar woensdaglessen, iets ouder dan de rest van de groep, bij de man die hij nu in Groep 1 tegenover zich aan het bord treft.

De jongste klimmer in deze tabellen beleefde de ladder als een ritme van angst en ontgroeien. Christian Zouridis, vijftien, klom van Groep 7 op tot hij vorig seizoen Groep 3 won, en beschrijft elke trede op dezelfde manier. "Nadat ik promoveerde, was ik een beetje bang, omdat ik dacht dat het een enorm verschil zou zijn. Ik speelde misschien een beetje te saai: ik wil in deze groep blijven. En de cyclus daarna: misschien ben ik eigenlijk een beetje te goed voor deze groep."

Twee cycli per groep, helemaal naar boven. De woensdagavond is in zijn ogen niet eens het hoofdprogramma: "voor mij is het een soort oefenterrein, om nieuwe dingen te proberen," een plek om voorbereiding te testen die bedoeld is voor toernooien in het weekend.

De ladder beloonde hem toch. De winst in Groep 5, "een groep vol heel ondergewaardeerde spelers", noemt hij het beste gevoel van zijn negen cycli. En hij meet elke nieuwe groep af aan de cadeautjes die schaarser worden: in Groep 3 zijn de tegenstanders "iets minder aan het blunderen, elk aspect een klein beetje beter aan het doen."

Christian Zouridis, vijftien, dit voorjaar op de club.
Christian Zouridis, vijftien, dit voorjaar op de club. Foto: Tilburg Chess Notes

De ladder houdt niet iedereen vast, en de redenen waarom ze mensen kwijtraakt, zijn niet de redenen die je zou verwachten.

Mika de Jong stopte aan het eind van vorig seizoen, na een laatste rapidcyclus in Groep 4 met vijftig procent. Er was geen ruzie en geen verhaal. "Er is niets gebeurd. Er was geen groot incident waardoor ik besloot dat ik niet meer voor deze club wilde spelen."

Er was een vrijdagavondclub waar hij altijd ook van had gehouden, SG KiNG, snelschaak, een jonger publiek, "echt een goede klik met de mensen". En er was een studie geschiedenis in Nijmegen en een bijbaan, en ergens moest iets wijken.

"Schaken werd meer een deel van mijn sociale leven. Ik kom voor het spel. Maar met mijn rooster werd het te druk. Niets persoonlijks tegen de club. Gewoon een kwestie van tijd indelen."

Wat hij mist, weet hij precies. "De wekelijkse klassieke partijen. Als je een heel leuke partij hebt, kan die je echt boeien, je kunt er uren naar kijken. Misschien was ik een sterkere speler geweest als ik die wekelijkse partijen had kunnen blijven spelen. Maar dat is speculatie. Dat weet je nooit zeker."

Mika de Jong op een zomers rapidtoernooi van de club, nadat hij met de woensdagladder was gestopt. Hij haalde de speler binnen die later Groep 1 zou bereiken.
Mika de Jong op een zomers rapidtoernooi van de club, nadat hij met de woensdagladder was gestopt. Hij haalde de speler binnen die later Groep 1 zou bereiken. Foto: Tilburg Chess Notes

Maurick Reuser stopte niet. Hij verdeelde zijn woensdagen. Een aanbod om op die avond les te geven aan een koor was een baan die hij graag wilde, en inkomen gaat voor hobby's, maar hij regelde het zo dat hij sommige weken nog steeds klassiek kon spelen bij De Stukkenjagers. "Het is leuk werk, en ik heb ook geld nodig."

Om toch elke week een klassieke partij te spelen en zich als schaker te ontwikkelen, zocht hij er ook een dinsdagclub bij, in Goirle, waar geen rating is en geen ladder, en waar de avonden volgens het Keizersysteem verlopen. Het andere systeem verraste hem, aangenaam: een ontspannen sfeer waarin hij met openingen kon experimenteren en nieuwe dingen kon uitproberen.

Het verschil tussen zijn twee clubs, zoals hij het beschrijft: "Het is een paar keer gebeurd dat mensen opgaven omdat ze geen zin meer hadden om door te spelen, terwijl de stellingen nog lang niet beslist waren. Dat zou bij De Stukkenjagers nooit gebeuren. Daar spelen mensen door tot de uitslag onmiskenbaar is."

Mika is dus gestopt met de woensdagcompetitie en Maurick speelt die alleen nog sommige weken. In geen van beide gevallen was er op de club iets mis: bij de een gingen studie en werk voor, bij de ander een koor. Allebei komen ze nog naar het Inloopschaak op vrijdag als het kan.

Terwijl dit stuk werd geschreven, won Christian Zouridis Groep 3 met tien punten uit veertien en promoveerde hij naar Groep 2. De klim die drie seizoenen geleden in Groep 7 begon, is nu nog één grens van de top verwijderd.

Drie getallen

In dit stuk komen drie ratingsystemen voor, omdat geen enkel getal op zichzelf de positie van een speler in de club beschrijft.

De SJ-rating is die van de club zelf, berekend uit elke interne partij, en geeft het beste beeld van de huidige interne speelsterkte. De KNSB-rating is het Nederlandse nationale getal. De FIDE-rating, als een speler die heeft, is de internationale maatstaf, al spelen veel clubspelers te weinig FIDE-partijen om er veel uit af te leiden.

De verschillen tussen de getallen van één speler vertellen kleine verhalen. De SJ-rating van Simon de Graauw staat ver boven zijn nationale rating, en de reden is logistiek, geen mysterie: "Ik speel gewoon geen toernooien. Ik heb er geen tijd voor." Het nationale getal is niet fout. Het staat op een hongerdieet.

Waar een rating eigenlijk voor is, bleek in deze interviews, onder de oppervlakte, de meest omstreden vraag.

Baselmans weet nog wat de SJ-rating voor hem betekende toen hij twintig was: na middernacht thuis na een gewonnen woensdagpartij, "dan blijf je scrollen, verversen, omdat César de Stukkenjagers-rating om één, twee uur 's nachts bijwerkte." Nu hij op een titel jaagt, telt alleen het klassieke FIDE-getal. "De gouden standaard."

Op twee minuten lopen van het filmtheater, in de bar van Het Wapen van Tilburg, houdt de club waar Mika nu avonden helpt organiseren uit principe helemaal geen interne rating bij. "De rating is niet zo belangrijk. Het belangrijkste is of je plezier hebt."

En in Goirle, op dinsdag, vond Maurick een ontspannen sfeer waarin het ontbreken van een rating vrijheid betekende om te experimenteren.

Geen van de drie opvattingen weerlegt de andere. Een rating is een instrument, en de clubs van één en dezelfde stad hebben het op drie verschillende doelen afgestemd. De afstemming van De Stukkenjagers, meten zonder dat er nationaal iets op het spel staat, is wat deze tabellen mogelijk maakte.

Eén kanttekening maakt het beeld compleet. Niet elk lid speelt in de interne groepen; sommige sterke spelers zie je alleen in externe teams of op weekendtoernooien. En de jongste deelnemers komen hier bewust alleen voor als namen en uitslagen. De tabellen weten dingen over spelers in ontwikkeling die het niet aan deze pagina's is om te duiden.

Het seizoen sluit af

Einde van de avond: stukken in dozen, borden op stapels, de zaal terug aan het filmtheater.
Einde van de avond: stukken in dozen, borden op stapels, de zaal terug aan het filmtheater. Foto: Tilburg Chess Notes

Het seizoen dat deze tabellen afsluiten, eindigde niet op zijn laatste woensdag; de laatste partijen werden tot in september gespeeld, de allerlaatste als rapidmatch op de eerste avond van het nieuwe seizoen.

De ladder weigerde, trouw aan zichzelf, zich te laten samenvatten voordat ze klaar was.

Dan het kampioenschap. Luuk Baselmans en Bertalan Bokorovics hadden zich geplaatst voor de play-off over twee partijen: Baselmans won twee van de drie cycli, Bokorovics de andere. De Stukkenjagers wilde het grootste deel van haar bestaan helemaal geen kampioen hebben, omdat het een studentenclub uit een café was, en reikte de titel voor het eerst uit over het seizoen 2021-22. Dat eerste jaar was er geen match nodig, omdat Baselmans alle drie de cycli ongedeeld won. Sindsdien heeft hij de titel elk jaar gehouden, behalve in 2024, toen zijn broer Sam hem won. De match in september zou de vierde titelmatch zijn.

Hij werd op twee woensdagen in september gespeeld, tussen de gewone partijen van het nieuwe seizoen, op geen bijzonder bord, al keken velen mee. Luuk won de eerste met zwart, vanuit een stelling die het eigen verslag van de club verloren noemde. In de tweede had hij genoeg aan remise, en die kreeg hij: Bertalan, met zwart, zette druk, kwam krap in de tijd en kon de winst niet vinden. Luuk Baselmans, voor de vierde keer clubkampioen, met anderhalf tegen een half.

Toen hadden de vrijwilligers de speelzaal in Cinecittà al klaargezet voor het nieuwe seizoen, de klokken stil naast de borden, en waren zevenentachtig spelers ingedeeld in negen groepen, één meer dan het jaar ervoor. Het archief waaruit dit stuk heeft geput, schreef al aan zijn volgende seizoen.

Hoe de avonden eindigen, beantwoordt iedereen anders en iedereen hetzelfde.

Mika had in zijn Stukkenjagersjaren een vaste afsluiting: winst of verlies, wachten aan de bar op Bart Plasmans, een paar snelschaakpartijen, een drankje, een praatje. "Een leuke routine na het schaken." Hij mist het.

Baselmans, die meer cycli heeft gewonnen dan wie ook en nog één norm verwijderd is van een internationale titel, zegt het het eenvoudigst: "Het sociale aspect is misschien wel het belangrijkste aspect van schaken."

Magic, in Groep 6, heeft hetzelfde antwoord, korter. "Het mooiste is voor mij altijd het moment dat ik wegga," zegt hij. "Dan heb ik zoiets van: ja, het was zo leuk."

En Maurick, die vorig seizoen degradeerde en het hele gebeuren zwaarder vindt dan optreden op een concertpodium:

"Schaken zelf is soms te stressvol voor me. Maar wat het echt goedmaakt, is de mensen ontmoeten. Ik geniet echt van het samenzijn met gelijkgestemde liefhebbers."

De klokken stoppen, bord voor bord. Een deel van de spelers blijft achter, een paar die dat hebben afgesproken en een paar die het gewoon doen, en zet de zaal terug zoals het filmtheater hem nodig heeft.

Maciej Cios. De interviews zijn van mei tot en met september 2026 in Tilburg afgenomen, in het Engels; de citaten zijn vertaald. Standen gereconstrueerd uit de administratie van de interne competitie van De Stukkenjagers, seizoenen 2022-23 tot en met 2025-26. Alle geïnterviewden hebben hun citaten en de manier waarop ze worden beschreven vóór publicatie gelezen en goedgekeurd, in de Engelse versie.